dinsdag 23 mei 2023

Post voor niemand 25

 Dit schooljaar heb ik net voldoende krediet om elke week één uurtje in een economielokaal te mogen vertoeven. Terwijl de leerlingen voor mij zwoegen op enkelvoudige en samengestelde zinnen, nevenschikkingen en meer van dat wat voor hen vast aanvoelt als van ondergeschikt belang, laat ik mijn blik door het lokaal dwalen. Het is er ordelijk en overzichtelijk zoals het in zo’n lokaal betaamt. Aan de muur hangen kadertjes netjes horizontaal behalve eentje. Die moet volgens mij een dalende beursnotering voorstellen. In het eerste kadertje hangen alle eurobiljetten als de tien geboden bij elkaar. Er hangen erbij die ik niet ken. Kader twee kreeg als titel ‘Geschiedenis van het geld’ mee. En als ik het goed zie, loopt die hemelse geschiedenis nog door in kader drie. Hier heerst duidelijk de godsdienst van het kapitalisme. Het priapisme van de eeuwige groei. Achteraan in de klas foto’s van fiere volgelingen strak in het pak of hoog op de hak. Zij zijn succesvol onderwezen in wat de wereld doet draaien. Terwijl ik met een taal zit te dwepen die amper nog wordt gesproken, kennen zij de grammatica van de enige taal die wereldwijd door iedereen wordt begrepen. Die van de held geld. Maar net zoals ik me tot God of Allah niet kon bekeren, moet ik het tot geld ook niet proberen. Op elk altaar wordt nu eenmaal altijd te veel geofferd. Na het afwegen van kosten en baten, kom ik steeds tot de conclusie dat ik me met geen enkele kan inlaten. Ik verlos hen die zich ijverig op het werk hebben gestort met de eenvoudige woorden EINDE VAN DE LES op het bord. In kapitalen. Met dit economisch gezien waardeloze stukje heb ik vast weer heel wat krediet verloren. Neem het mij niet kwalijk, ik ben nu eenmaal als onverbiddelijke heiden geboren.

maandag 22 mei 2023

Post voor niemand 24

 Vandaag las ik een brief voor in de klas. Niet eentje van Paulus gericht aan de Korintiërs, maar wel de eerste van markiezin De Merteuil aan burggraaf De Valmont. Vileine gedachten in de mooiste bewoordingen neergeschreven. De schoonheid van het kwade. Goddelijk destructief.

De woorden dwarrelden door een beleefde stilte van welopgevoede jongeren en landden vast in de vergeetput van hun onbegrip. Ze zwegen en luisterden zoals je naar liedje in een jouw onbekende taal luistert. Op gevoel. Het doel was dit keer niet de inhoud, maar de vorm. Wat kan, als de norm kort en digitaal is, een brief nog betekenen? Wanneer kan een ander mens nog rekenen op jouw zoeken naar woorden die aan het papier worden toevertrouwd? Voor wie of wat is die moeite de moeite nog waard?
De ene begint over de Sint en de ander heeft het zowaar over een nieuw jaar. Maar één meisje schrijft elk jaar voor de verjaardag van haar grootmoeder een volledige brief bij elkaar. Dat is traditie, glimlacht ze. Traditie, nog zo’n anachronisme, denk ik en schenk haar een glimlach terug. Dan maak ik de brug naar de opdracht van vandaag. Zoek iemand die je dankbaar bent of waarvan je denkt die zie ik graag en schrijf een brief. Ja, dat mag naar vader, moeder of je lief. Maak het gewoon de moeite waard zodat de ontvanger ervaart waarom jij je mooiste woorden voor een brief hebt bewaard. Staat dat op punten, meneer? Het echte leven draait niet om punten. Dat is het punt.

zondag 21 mei 2023

Post voor niemand 23

 Luttele oogopslagen geleden dronk ze nog haar melk uit een glas, veegde ze haar snor weg met de achterkant van haar hand en vroeg ze me haar veters te knopen. De rol van vaderheld liet zich nog makkelijk strikken. Maar zoveel oogopslagen later hapte de tijd er hongerig op los, is de vaderheld mee opgeslokt en is vader meestal gewoon de klos. Vanochtend vraagt ze bij het ontbijt naar de ambiguïteit van het existentialisme. Je weet wel, die kritiek van Simone de Beauvoir op het werk van Sartre. Je weet wel, je weet wel, sakker ik binnensmonds maar knik alsof ze net gevraagd heeft de chocoladevlokken door te geven. Tja, zeg ik met een air alsof ik er zelf bij was, die twee hebben altijd een beetje een ambigue relatie gehad. Je zou nochtans verwachten dat je de vlooien die je van het slapen bij de hond gekregen hebt, de hond niet laat terugbijten. Hoezo, was dat dan een koppel, vraagt ze verrast. Nou breekt mijn klomp! Ja, ten huize van wordt er al wel eens ouder Nederlands gebezigd. En zeggen dat ik dacht dat Satre en Descartes tijds- en kroeggenoten waren, gooit ze er nog argeloos achterna. En hopla, vrolijk hapt de tijd er verder op los. Ik zeg dat ik de finesse ervan vergeten ben, maar dat ik het varkentje wel zal wassen. Ik verzoek haar op te krassen richting haar boeken zodat ik in alle rust het antwoord op haar vraag kan zoeken.  Ze groeit zo mooi, maar ook dat is ambigu. Het is nooit op de juiste momenten lang genoeg nu. Ik staar door het raam naar mijn voortuin die er netjes bij ligt volgens de wetten van maai-mei-niet. De distels in bloei en het gras okselhoog. Met een zucht trek ik mijn loopschoenen aan. Als ik de happen van de tijd wil bijhouden, zal ik in conditie moeten blijven. Een conditio sine qua non, me dunkt.

zaterdag 20 mei 2023

Post voor niemand 22

 Hij was een man die kwam, verdeelde, heerste en weer ging. Hij was iemands hoop en vermoedelijk ook iemands lieveling. Hij preekte liefde, griefde en werd wie hij niet worden wou. Hij was een kind dat speelde groot te zijn en eindigde in ontrouw. Hij was niet slecht, hooguit onecht en angstig aan het eigen zwakke ego gehecht. Hij was een tragische man, niet opgewassen tegen de wensen van het leven en daar zijn er oneindig veel van. Hij vond ons als vogeltjes nog in het nest, knipte de vleugels voor onze eigen best en vroeg dan om dankbaarheid. Hij vocht een onmogelijke strijd voor het eigen gelijk, we waren hem vaak liever arm dan rijk en leerden het verschil tussen woord en daad. Slechts tot zelfbeklag in staat, wankelend tussen eigenliefde en zelfhaat, kwam de dag dat hij ook weer ging. Stampvoetend en als de zwakkeling die hij onder alle schijn altijd was, ontvluchtte hij iedereen die hij zo graag de les las. Hij was een man die kwam, verdeelde, heerste en weer ging. Hij was een man die meer kreeg dan hij verdiende, maar nu slechts verder leeft als een vage, zure herinnering.

Post voor niemand 21

 

Ach, Margrietje, de rozen zullen bloeien, ook al ben jij er niet meer. Dat hoorde ik de eerste keer de dag dat hij er niet meer was.  Het was een kras die diep naar binnen sneed, die deze achtjarige zachtjes huilen deed en vulde met een gevoel waarvan hij nooit genas. De rozen bloeien immers voort alsof ze zijn woorden hebben gehoord en doen wat hij verlangt. Maar zijn stem werd stil gesmoord door een dood die cynisch vangt al wie hem het meest bekoord. Later ging ook hij weg om wie we niet hoefden te huilen, want hij was niet echt weg moest je weten. Zo gingen velen van hen en ik kan hen niet vergeten. Ze zongen over heengaan en gingen veel te vroeg. Zeker die ene die struikelde en viel met nog een heel leven voor de boeg. Ook hoor hun stemmen nog zinderen, maar soms is dat niet genoeg.

Post voor niemand 20

 

De ijskast ronkt, een bromvlieg bromt en de lucht is verlegen blauw. De dag is vrij, de hemel open en mijn gedachten varen naar jou. Je haren strak in permanent, je humeur altijd egaal content, je dagen met noestigheid gevuld.  Geen oorkussen van de duivel, buiten koerden je eigen mans duiven en jij het toonbeeld van engelengeduld. Je had me lief, je bakte spek en soms hield ik je voor de gek. Dan schudde je het hoofd en lachte luid, je hart was groot genoeg voor zo’n schavuit. Je bad voor ons, stak ons in bad, veegde de spons over verdriet dat niet eens zo diep in ons verborgen zat. Je pluimde kip tot vol-au-vent, je weigerde alcohol carrément en koelde pudding op de vensterbank. Je sneed het brood nog op de plank of dicht tegen je boezem aan. Je deed nog wat je voorouders je voor hadden gedaan. Je was een echo uit een andere tijd die helaas verloren heeft van de moderniteit. Ik hoop dat je daar nu ergens boven zit, vrij van plichten en vals gebit. Maar met een glimlach om je mond omdat je dat van dat gebit er toch weer ondeugend over vond. De dag is vrij, de hemel open en mijn gedachten varen naar jou. Je leeft nog altijd in mij en jouw waarden blijf ik trouw.

Post voor niemand 19

 

Achter haar is haar feestje bezig. Maar zij zit afwezig langs de waterkant en luistert naar de wind. Volwassen voelt ze zich nog niet maar ook niet langer kind. Halfwassen dan misschien. Ze voelt vooral de uitersten zoals menig meisje van 16. In het water voor haar wast de maan en volgen de golven het ritme van de muziek. De sterren die erbij komen staan maken haar lichtjes melancholiek. Ze heeft alles om gelukkig te zijn, meer dan het hart begeert. Maar ze weet ondertussen dat je kinderlijk gelukkig zijn ergens onderweg verleert. Een wolk drijft voor de maan en de wind neemt toe in kracht. Ze staart naar de haartjes op haar arm en hoort plots heel zacht de stem van hem die ze zo mist. Van wie het lot heeft beslist dat ze voortaan zonder hem moet gaan.  In de boom tegenover zit een vogel die haar aankijkt en zwijgt, maar net daarom al haar aandacht krijgt. De vogel schudt het kopje alsof het wil zeggen waarom stop je?  Waarom stop je met vieren? Missen is gewoon één van de manieren waarop het leven wil zeggen, dat wat je liefhebt altijd zal blijven, ook al valt dat niet uit te leggen.  Het vogeltje vliegt op en de wolk schuift bij de maan vandaan.  Ze voelt de sterren als feestlichtjes in haar aangaan en ze lacht. Zestien is vaak bittersweet, maar vooral veel rijker dan gedacht.