Het ritselt in de bomen, het zomert in m'n hoofd. Het blauw ver daarboven wil met heel haar wezen dat in haar zorgeloosheid wordt geloofd. Ik kijk hier beneden tevreden in het rond en proef de gulzige zuidenwind als een verlangen in mijn mond. Ik denk aan zachte dijen en zweet dat parelt op de huid. Ik herinner me vaag een smelten en een snikkend oergeluid. Ik weet dat ze bestaat, de liefde zoals verbeeld. Het is een zonnige dageraad die blindeman met je speelt. Ze ruist in je bloed en fluistert in je oor. Ze zet alles in beweging en gaat er spottend met je hart van door. Ze schenkt je het allerhoogste en de bijhorende val. En dan iets onbestemds dat je achtervolgen zal. Een ritsel in de bomen, een blauw dat aan je trekt. Een zachte zomerbries die een lang verzwegen hunker schurend, maar ook zo welkom, weer tot leven wekt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten