Op het eerste zicht lijkt het alsof ze er niet hoort, de ‘n’ als tweede letter in een woord. Ze zorgt namelijk voor een soort kneepje in de neus, maar net daardoor is ze exact de juiste keus. Bij fnuiken voel je in je gelaat het schoentje knellen en wat gniffelen met je neus doet, hoef ik je vast niet te vertellen. Bij het knarsen van de tanden heb je graag die ‘n’ voor handen en het geluid van knerpend grind maakt ook maar luttele gezichten open en blijgezind. Soms laat de ‘n’ eerst even een noodzakelijke pauze vallen om daarna net extra hard te kunnen knetteren of feestelijk te knallen. En alleen al bij het uitspreken van het woordje snijden, voel ik bij de n een scherpe pijn naar binnen glijden. Van knoestige knollen ga ik snotteren maar nasaal snateren doe ik gelukkig nooit. En een knie kan wel eens knakken als ze niet in de juiste richting wordt geplooid. Ja, die ‘n’ als tweede letter dat doet altijd iets wonderlijks met het neusje en wie dit niet aanvoelt, verklaar ik op taalgebied bij deze tot een knorrig kneusje.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten