Het was amechtig proberen, het was node leren in levende lijve. Het was kijven en verliezen. Kiezen voor straffen en als tandeloze honden blaffen omdat onmacht de macht greep. Het was nood hebben aan een streep, een grens waarbij de volwassen mens het koppige kind weer in de gewenste mal probeerde te krijgen. Het was dreigen om zelf niet dreigen kopje onder te gaan. Het was willen laten luisteren zonder gehoor te geven aan het woordeloos brullend verzet van je kind. In de gang op de mat want papa was de kuren zat. Met een air van autoritair hoopte hij het weerbarstige wezen weer in het gareel te dwingen. Maar het bleek vooral de snelste weg naar angstige herinneringen waarover ze nu, jaren later, soms nog levendig praten. Het was zo hard de mist in gaan, maar toen niets in de gaten. Het was leren in levende lijve van lessen waarvan je nooit had vermoed dat ze die ooit weer onder je neus zouden wrijven.
dinsdag 18 april 2023
maandag 17 april 2023
Post voor niemand 17
Er was ooit een tijd van niet meer thuiskomen. Van koppig zijn en dwarsbomen. Van geen blijf met jezelf weten en dan maar dolen. Het gevoel te zijn bestolen van waar je recht op had. Een tijd van alles zat en alle bruggen moesten branden. Zand tussen de vingers en lege handen die niet wisten van welk hout nog pijlen maken. Het was jezelf kwijtraken in de overgang van kind naar man, van hij die alles kan tot hij als nummer in een rij. Het was een tijd van uitvallen, afvallen, vallen tout court en geen zin meer om op te staan. Van geen kant uit weten te gaan en dat vooral nooit toegeven. Van vijf hoog op een richel lopen, in alle stilte wanhopen en alles slopen wat anderen voor jou met goede intenties hadden opgebouwd. Het was een tijd van eenzaam en koud. Van afscheid, van losmaken, van geliefden diep raken met woorden die tussen geliefden niet thuishoorden. Het was een tijd van niet meer thuiskomen. Het was een tijd die nooit meer helemaal is goed gekomen.
zaterdag 8 april 2023
Post voor niemand 16
Het was in de overgangsjaren naar volwassen, vaste plooien slopen binnen en het kind in mij werd verzocht op te krassen zodat het echte leven kon beginnen. Met de schouders halfstok en een diploma drama in de hand was ik terug in Leuven aanbeland en zocht zonder dralen nieuwe wegen om te verdwalen. En voor het gemak ook onderdak. Zo ging ik dus in zee met de uitbater van het Commercecafé, verbond me voor een jaar met hem en in één ruk door met de vrouw die ik nu als de moeder van mijn kinderen ken. Want het was daarboven op het einde van de gang dat een jonge vrouw met hoge zelfstandigheidsdrang mij bij de hand nam en zei: jij wordt van mij. Samen keken we naar Schalkse Ruiters, de opgaande zon en het standbeeld van de luchtballon. Het is daar en toen dat al het verdere begon. De liefde, waaruit de kinderen later zijn verrezen, laat zich nog altijd in de vele achtergelaten kattenbelletjes lezen. Het was mijn kompas dat jarenlang richtinggevend was en mij tijdelijk van mijn eeuwige rusteloosheid genas. Ondertussen zijn niet alle ruiters nog zo schalks en is de luchtballon naar elders gevlogen, hebben andere dingen doorgewogen en is een vaste plooi gladgestreken. Het toeval maakt rare capriolen waarop een mens nooit raakt uitgekeken.
vrijdag 7 april 2023
Post voor niemand 15
De lakens zijn gewassen. Het huis is onverhoeds gepoetst. Meestal ben ik tegen stof niet opgewassen, maar uit verveling groeit soms wel degelijk iets goeds. Alles lijkt op orde, alles lijkt kant-en-klaar, de afgewassen borden druipen netjes naast elkaar. De ramen staan wagenwijd open, de lente maakt kabaal, een zwarte kat komt langs geslopen en de bomen zijn niet langer kaal. Uit de radio, uit de speakers dartelen 1001 klassiekers als vislijnen naar een verleden waar ze toen ook al zalfden op de pijn die werd geleden. Boven wachten de bedden op zij die me keer op keer uit de eenzaamheid redden. Maar de kamers zijn eigenlijk te leeg, te klein, te ongeleefd om de hunne te kunnen zijn. Ik heb moeten leren hoe ze hier prima kunnen logeren, voor even, maar niet om echt te leven of om hen die plek tot blijven te geven. Toch weten zij de deur altijd open. Er staat welkom op de mat. Die ik ooit van hen nog voor vaderdag heb gehad. Denkend aan hen maak ik nu ook grote kuis in mijn gemoed. Drie zo’n kinderen, da’s nooit te weinig. Da’s levenslange overvloed.
donderdag 6 april 2023
Post voor niemand 14
Het is in het zuidelijke Torgny dat ik jou in volle glorie zie. De zon hangt al wat lager maar schittert in je blik. Kleinkinderen hollen af en aan en zijn helemaal in hun schik. De vruchten van je arbeid vallen overvloedig in hun mand. Ze eten als losgelaten lammetjes uit jouw gulle hand. Boontjes voor prinsessen en worteltjes om te stoven. Voor hen geen rode bessen, zo zuur, het valt amper te geloven. Maar de aardbeien glijden binnen, het sap druipt van hun kinnen, het blijkt alweer de snelste weg om een kinderhart te winnen. Je toont hen daar de waarde van wroeten in de aarde en hoe het jou verbindt met alles en iedereen die jij belangrijk vindt. Binnen kookt een man met liefde wat jij hebt geteeld terwijl de avondbries schaamteloos met jouw eerste grijze haren speelt. Dichter bij geluk zag ik jou nimmer komen. Dit is eindelijk de bevredigende eenvoud waarvan je altijd had zitten dromen. We zetten ons aan tafel met een glaasje zoete, witte wijn. We zwijgen, zien elkaar en durven openlijk tevreden zijn.
Post voor niemand 13
Haar tranen vloeien. De druppel te veel. Rondom twee reddingsboeien, maar ik neem niet deel. Kijkend voel ik me ontoereikend om het verdriet te stelpen. Om te helpen het hart te luchten, de ramen van haar gemoed open te gooien en wat wijsheden te strooien als zandzakjes tegen de zondvloed. Ik voel hoe ik niet opsta om haar tegemoet te gaan, hoe mijn armen zich niet rond haar slaan en hoe ik betrokken afzijdig blijf. Mijn lijf is te knokig om tegen te schuilen, om het huilen te smoren dat elders is geboren en waar ik bang voor ben om mee in te worden gesleurd. In mij treurt een kind dat al mijn aarzelen onvergeeflijk vindt. Krampachtig glimlach ik begripvol in de hoop dat zij het ziet en zo alsnog zou voelen dat ik geef om haar verdriet. Dat doet ze niet. Het voelt daarna nog lang alsof ik tegenover haar en mezelf tekortschiet.