Hij was een man die kwam, verdeelde, heerste en weer ging. Hij was iemands hoop en vermoedelijk ook iemands lieveling. Hij preekte liefde, griefde en werd wie hij niet worden wou. Hij was een kind dat speelde groot te zijn en eindigde in ontrouw. Hij was niet slecht, hooguit onecht en angstig aan het eigen zwakke ego gehecht. Hij was een tragische man, niet opgewassen tegen de wensen van het leven en daar zijn er oneindig veel van. Hij vond ons als vogeltjes nog in het nest, knipte de vleugels voor onze eigen best en vroeg dan om dankbaarheid. Hij vocht een onmogelijke strijd voor het eigen gelijk, we waren hem vaak liever arm dan rijk en leerden het verschil tussen woord en daad. Slechts tot zelfbeklag in staat, wankelend tussen eigenliefde en zelfhaat, kwam de dag dat hij ook weer ging. Stampvoetend en als de zwakkeling die hij onder alle schijn altijd was, ontvluchtte hij iedereen die hij zo graag de les las. Hij was een man die kwam, verdeelde, heerste en weer ging. Hij was een man die meer kreeg dan hij verdiende, maar nu slechts verder leeft als een vage, zure herinnering.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten