De ijskast ronkt, een bromvlieg bromt en de lucht is
verlegen blauw. De dag is vrij, de hemel open en mijn gedachten varen naar jou.
Je haren strak in permanent, je humeur altijd egaal content, je dagen met
noestigheid gevuld. Geen oorkussen van
de duivel, buiten koerden je eigen mans duiven en jij het toonbeeld van
engelengeduld. Je had me lief, je bakte spek en soms hield ik je voor de gek.
Dan schudde je het hoofd en lachte luid, je hart was groot genoeg voor zo’n
schavuit. Je bad voor ons, stak ons in bad, veegde de spons over verdriet dat
niet eens zo diep in ons verborgen zat. Je pluimde kip tot vol-au-vent, je weigerde
alcohol carrément en koelde pudding op de vensterbank. Je sneed het brood nog
op de plank of dicht tegen je boezem aan. Je deed nog wat je voorouders je voor
hadden gedaan. Je was een echo uit een andere tijd die helaas verloren heeft
van de moderniteit. Ik hoop dat je daar nu ergens boven zit, vrij van plichten
en vals gebit. Maar met een glimlach om je mond omdat je dat van dat gebit er
toch weer ondeugend over vond. De dag is vrij, de hemel open en mijn gedachten
varen naar jou. Je leeft nog altijd in mij en jouw waarden blijf ik trouw.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten