zaterdag 1 augustus 2020
Post voor niemand 3
Reggae op de radio. Een ochtendbries speelt met de gordijnen. Het jaar 2020 trek een nieuw blikje maand open en buiten waart iets onzichtbaar dat maar niet wil verdwijnen. Het wordt opnieuw een warme en droge dag, waarin veel van wat mocht ook vandaag niet mag. Op het ritme van de processie van Echternach bewegen gedachten tussen duister en licht, tussen een zorgeloos verlangen en al wat is verplicht. Buiten wachten de solden op onze koopkracht om het leed dat de overconsumptie werd toegebracht te zalven en af te kalven tot geruststelling. Het komt allemaal goed, zolang de economie het maar doet. Buiten wachten terrasjes als oaseplasjes in een uitgedroogd stadsleven dat weigert zich zonder slag of lach over te geven aan de wetten van een virus dat steeds meer het gemoed lijkt te besmetten. Buiten wacht de dag op zij die niet wachten op de dag dat alles weer mag. Op zij die geloven dat in de beperking de meester zich toont, dat een kind zich tot koning kroont met niets meer dan de fantasie die in hem woont. Binnen wachten zij die zich bezinnen of er bij verlies van zoveel vrijheid nog wel iets valt te winnen met buitenkomen. Die dromen van de eenvoud van het oude normaal dat hen toen banaal had geleken maar dat hen ondanks de vele gebreken houvast bood. Het lood in hun schoenen is het niet zich kunnen verzoenen met het idee dat de zandkastelen die we bouwen ook weer worden weggespoeld door de zee. Buiten ruist de stad en zijn al heel wat mensen met zand in de weer. Ik denk dat ik me vandaag maar tot hen bekeer. Wat bouwen, niet om voor altijd te behouden, maar om te zorgen dat ik het niet verleer. Want ooit, ja ooit, kan het weer.
zaterdag 28 maart 2020
Post voor niemand - 2
Nu en dan sluit een deur zich voorgoed. Omdat dat zo goed is. Omdat het goed is geweest en nu niet langer meer. Ook al sloot ze zich ongewild en met de nodige hartzeer. Vaak is het net dan dat er een nieuwe wind gaat waaien die deuren laat openzwaaien. Nieuwe en oude. Deuren die je nooit eerder zag en deuren die je nog niet vertrouwde. Deuren die pas verschijnen als andere verdwijnen.
In het beste geval is het leven één grote deurenkomedie. Met een lach en traan. Waar ook nooit tegelijk alle deuren toe of openstaan. Een spel van omarmen en laten gaan. Een afsluiten van wat niet meer valt te repareren. Maar ook al staat er op de deur 'Laat los en durf te leren' hoeveel keren houden we toch de klink vast? Klinken we ons aan een verlangen dat ons niet langer past? Want van al onze gevoelens gaat angst het diepst. En blijft het langst. Veel voordeuren zijn nu op slot. Velen worden nu zot in hun kot. Maar elk hart heeft nog altijd vier kamers en evenveel deuren. De fantasie in ons hoofd is een poort waarachter zoveel kan gebeuren. Dus ga er binnen en durf beminnen wat je nu nog niet kent. Het is altijd en nooit het goede moment. Durf en denk niet aan voorgoed. Niets moet en ook al is het maar voor even. Elke geopende deur is een welkom zeggen aan het leven.
In het beste geval is het leven één grote deurenkomedie. Met een lach en traan. Waar ook nooit tegelijk alle deuren toe of openstaan. Een spel van omarmen en laten gaan. Een afsluiten van wat niet meer valt te repareren. Maar ook al staat er op de deur 'Laat los en durf te leren' hoeveel keren houden we toch de klink vast? Klinken we ons aan een verlangen dat ons niet langer past? Want van al onze gevoelens gaat angst het diepst. En blijft het langst. Veel voordeuren zijn nu op slot. Velen worden nu zot in hun kot. Maar elk hart heeft nog altijd vier kamers en evenveel deuren. De fantasie in ons hoofd is een poort waarachter zoveel kan gebeuren. Dus ga er binnen en durf beminnen wat je nu nog niet kent. Het is altijd en nooit het goede moment. Durf en denk niet aan voorgoed. Niets moet en ook al is het maar voor even. Elke geopende deur is een welkom zeggen aan het leven.
vrijdag 27 maart 2020
Post voor niemand - 1
Dag zoveel van het nieuwe tijdperk. Dat van de grote inperk. Van anders moeten en anders mogen. Van handen wassen en thuiswerk. Van groeten met de ellebogen.
Nog steeds van u en mij. Alleen even iets minder vrij.
Buiten wuiven de duiven als vanouds, worden nesten gebouwd. Buiten oogt de wereld nog vertrouwd. Maar binnen gaat van alles aan het schuiven. Binnen vier muren rekken de uren zich uit, tikken de minuten ons niet langer op de vingers. Achter gesloten deuren en veilig voor indringers moeten we de dagen anders inkleuren.
Mijn kinderen dragen de dagen. Zonder zeuren, zonder zagen. Doen wat hen wordt opgelegd en nemen afscheid zonder gevecht. Van al wat er wordt geschrapt nu de wereld krampachtig naar een nieuwe adem hapt. Hun hobby's en hun vrienden. Hun optredens waarvoor ze gezwoegd hebben en waarvoor ze applaus verdienden. Hun plannen zijn verbannen voor onbeperkte tijd en vervangen door oefeningen in onzekerheid.
Ze oefenen in geduld. Lachen als de lucht rondom zich met spanning vult en ontladen. Ze blijven ook nu vastberaden. Zichzelf.
Opgesloten in mezelf kijk ik naar hen en ik beken. Zij blijven vrij en tonen mij wat durven leven is. Wen eraan en durf vanuit gemis nieuwe wegen gaan. In mijn oog bungelt een traan waar ik mij niet voor schaam. Ik heb drie schatten en ze dragen mijn naam. En ik hen op handen. Deze dwaze dagen versterken volop de banden.
Nog steeds van u en mij. Alleen even iets minder vrij.
Buiten wuiven de duiven als vanouds, worden nesten gebouwd. Buiten oogt de wereld nog vertrouwd. Maar binnen gaat van alles aan het schuiven. Binnen vier muren rekken de uren zich uit, tikken de minuten ons niet langer op de vingers. Achter gesloten deuren en veilig voor indringers moeten we de dagen anders inkleuren.
Mijn kinderen dragen de dagen. Zonder zeuren, zonder zagen. Doen wat hen wordt opgelegd en nemen afscheid zonder gevecht. Van al wat er wordt geschrapt nu de wereld krampachtig naar een nieuwe adem hapt. Hun hobby's en hun vrienden. Hun optredens waarvoor ze gezwoegd hebben en waarvoor ze applaus verdienden. Hun plannen zijn verbannen voor onbeperkte tijd en vervangen door oefeningen in onzekerheid.
Ze oefenen in geduld. Lachen als de lucht rondom zich met spanning vult en ontladen. Ze blijven ook nu vastberaden. Zichzelf.
Opgesloten in mezelf kijk ik naar hen en ik beken. Zij blijven vrij en tonen mij wat durven leven is. Wen eraan en durf vanuit gemis nieuwe wegen gaan. In mijn oog bungelt een traan waar ik mij niet voor schaam. Ik heb drie schatten en ze dragen mijn naam. En ik hen op handen. Deze dwaze dagen versterken volop de banden.
donderdag 26 maart 2020
Post voor niemand
Er zijn van die tijden dat je geen spiegel nodig hebt. Dat je de krak erin ook zo wel door je zelfbeeld voelt trekken terwijl de stilte rondom je om antwoorden vraagt. Er zijn van die tijden dat je innerlijk kompas op vermijden staat en je handen in de leegte klauwen in de hoop de val af te remmen. Je voelt de vingertoppen van anderen langs de jouwe glijden. Ze strelen vol overtuiging maar kunnen niet stoppen. Er zijn van die tijden dat je naar het kaartenhuis, leven genaamd, staart en met één zucht wegblaast wat je met sussen altijd hebt proberen recht te houden. In je hand de joker die je grijnzend aanstaart en spottend vraagt of je je nog aan een volgende rondje waagt. Er zijn van die tijden dat je de zon wil uitdoen om de sterren beter te kunnen zien en de kleine prins in jezelf te vertellen dat vliegtuigen nu eenmaal gemaakt zijn om niet eeuwig in de lucht te blijven en dat een crash betekent dat je op een nieuwe planeet terecht bent gekomen. Of die ontvankelijk voor jouw dromen is, is weinig waarschijnlijk maar de enige vraag die er toe doet. Er zijn van die tijden dat je een spiegel zoekt, om stuk te kunnen slaan zodat je de scherven kan herschikken en de wereld anders bij je binnenkomt. In behapbare stukjes. In gelukjes en ongelukjes die je lachen doen. Om de schoonheid ervan. Om de eenvoud om ermee om te gaan. Er zijn van die tijden dat je nederlagen moet lijden om daarna op te kunnen staan. Er zijn van die tijden om je aan gedachten als deze te wijden. Er zijn. De rest is dan voor later.
zondag 9 februari 2020
Memories
Hoewel midden op de dag dringt er weinig licht in het oude
werkhok van grootvader. Spinrag en stofstrepen op de ramen hullen deze plek in
een geheimzinnig halfduister. Rechts in de hoek staat de grote slijpsteen majestueus
te wezen met een air alsof zijn tijdperk nooit voorbij zal gaan. Voor het lange
raam met uitzicht op de groentetuin strekt zich een werkbank uit vol vijzen,
moeren, lampen in alle formaten, oude radio’s en verdwenen jaren aan knutselplezier.
Aan de wand er tegenover hangen als kadertjes
alle instrumenten die grootvader nodig heeft om aan al zijn werk dat provisoire
karakter te geven: restjes van alles. Met een stok teken ik in de aarden grond voor
mijn voeten een mannetje met lange haarpieken en zing over de dag dat het
zonlicht niet meer scheen. Naast mij ronkt de stoof roodgloeiend terwijl de
wind gejaagd door de schouw trekt. Als ik opkijk, zie ik grootvader op het
tuinpad. De tred nog stevig, het genoegen als een uitnodiging in zijn gezicht
gegroeid. In zijn handen, gewikkeld in krantenpapier, de boeksering waarrond
straks feestelijk eigen sla, tomaat en gebakken aardappeltjes zullen worden gedrapeerd
als ode aan het eenvoudige, goede leven. Terwijl de boeksering braadt, delen we
moppen van De Druivelaar en de ons toebedeelde tijd. Achter het hok staat een
oude pruimelaar drachtig van het diepste paars en goudgeel vruchtvlees. We
plukken wat geluk als dessert. Ooit
zullen we zo weer samen zijn. Ooit in de pruimentijd.
In het ouderlijke huis, op de zolder boven de garage was een verlaten
duivenhok waar het invallende zonlicht het immer opwaaiende stof van
betovering voorzag. Met de knieën opgetrokken tot onder de kin en de
armen als een sluitstuk eroverheen geslagen luisterde ik er naar de
afwezigheid van de duiven, naar het geblaat verderop in de wei, naar de
hartslag in mijn keel. Met halftoegeknepen ogen brak ik het zonlicht in
rozige kleuren en liet het dansend stof mij verleiden tot niet
nadenken. Een liggend stilleven dat zachtjes deinde onder het ademen en
dat zich oefende in verdwijnen. Omgeven door zonlicht en verborgen voor
de wereld beeldde ik me dan in zo'n duif te zijn die vanuit deze
tijdelijke geborgenheid en zich bewust van zijn enorme kwetsbaarheid
voorbereidde op de grote vlucht naar al wat wachtte daarbuiten. Moed
verzamelen om het leven onder ogen te komen. Namiddagen bracht ik er
dromend door en eenmaal buiten werden al die dromen vogels voor de kat.
Opgroeien, zo deed ik dat.
Er hing die dagen vaak sneeuw in de lucht. In de onverwarmde veranda rookte ik dan elke avond mijn laatste sigaret van de dag en dwong mezelf te denken aan het leven dat mij bij het breken van het water zou overspoelen. Mijn sigaret zou sissend uitgaan en mijn navel zou volop blank komen te staan. Maar verder dan dat en enkele naïeve verwachtingen over het vaderschap kwam ik niet. Ik moest en zou mijn vader overtreffen, hetgeen zowat de laagste ambitie was die een man zich kon formuleren. Ik zou een moderne vader zijn, die pamperde en troostte, je uren op zijn arm zou laten slapen en die de schaduwen uit je kamer zou verjagen. Ik zou je opvoeden met zachte hand, duizend boeken en humor om de scherpe kantjes van het leven weg te lachen. Ik zou nooit mijn frustraties als punaises op jouw pad leggen en proberen voor te doen in plaats van voor te zeggen. Ik zou een man van mijn woord zijn en niet zoals mijn vader een man van enkel woorden. En ja, ik heb mijn best gedaan. Ik heb voor je gezorgd, je eten en al mijn liefde gegeven. Maar ik heb je niet opgevoed. Nu na 16 jaar weet ik nog altijd niet hoe dat moet. Maar dat hoeft ook niet. Jij doet dat zelf beter dan goed. Wat ben je mooi om zien, my sweet sixteen.
Er hing die dagen vaak sneeuw in de lucht. In de onverwarmde veranda rookte ik dan elke avond mijn laatste sigaret van de dag en dwong mezelf te denken aan het leven dat mij bij het breken van het water zou overspoelen. Mijn sigaret zou sissend uitgaan en mijn navel zou volop blank komen te staan. Maar verder dan dat en enkele naïeve verwachtingen over het vaderschap kwam ik niet. Ik moest en zou mijn vader overtreffen, hetgeen zowat de laagste ambitie was die een man zich kon formuleren. Ik zou een moderne vader zijn, die pamperde en troostte, je uren op zijn arm zou laten slapen en die de schaduwen uit je kamer zou verjagen. Ik zou je opvoeden met zachte hand, duizend boeken en humor om de scherpe kantjes van het leven weg te lachen. Ik zou nooit mijn frustraties als punaises op jouw pad leggen en proberen voor te doen in plaats van voor te zeggen. Ik zou een man van mijn woord zijn en niet zoals mijn vader een man van enkel woorden. En ja, ik heb mijn best gedaan. Ik heb voor je gezorgd, je eten en al mijn liefde gegeven. Maar ik heb je niet opgevoed. Nu na 16 jaar weet ik nog altijd niet hoe dat moet. Maar dat hoeft ook niet. Jij doet dat zelf beter dan goed. Wat ben je mooi om zien, my sweet sixteen.
maandag 28 oktober 2019
Allerzielen
Allerzielen is wat het is, een feestdag van gemis, van al wie en al wat
wenselijk was en nu niet meer is. Het is stilstaan, een teruggaan in de
tijd met hen die zijn heengegaan zonder of net na een zware strijd. Het
is hun beeld oproepen dat jaar na jaar ongevraagd verder vervaagt onder
het snoepen van een pannenkoek die levenslang de geur van zoete heimwee
in zich draagt. Het is zoeken in de grijze herfstlucht naar een teken
dat iets van hun aanwezigheid op deze aarde nog niet
volledig is geweken. Het is wat het is, maar alras minder dan wat het
was. De wereld die we samen deelden laat zich steeds moeilijker
verbeelden. Die wereld is gekanteld, ontmanteld en van zijn traagheid
ontdaan. De snelheid waarmee we stappen overslaan daarover zou ik graag
met jullie nog eens in gesprek gaan. Eén dag per jaar, op Allerzielen
zeg maar, wil ik jullie stemmen even horen die verhalen over het normaal
voor dat ik was geboren. Over de rode draad die zich als armen om
jullie tijd en de mijne slaat. Of gewoon om het kind in mij te sussen
met het idee dat we eigenlijk altijd dood zijn en het leven slechts een
pauze is daartussen. Dan zien we elkaar ooit terug, niet vlug maar na
verloop van tijd voor altijd. Keuvelen we over welke menselijke wanen
zullen sneuvelen en welke er zijn voor de eeuwigheid. En die schrijven
we dan in dikke boeken. Zoals Allerzielen vier je met familie en bovenal
met pannenkoeken!
Dat was het dan
Dat was het dan. Met die vier woorden beëindigde daarstraks de
winkeljuffrouw luidop haar werkdag. Maar het had evengoed een relatie
van twintig jaar kunnen zijn. De woorden bleven ergens in mij hangen. De
toon waarmee ze waren uitgesproken en wat ze in die volgorde
uitdrukten, leken een gevoel te vatten waar ik al lang mee zit. En
plots wist ik het. De vier woorden vatten perfect samen waar de mensheid
anno nu lijkt te zijn beland. Bij dat was het dan. Geen uiting van
vreugde of teleurstelling, opluchting of
vrees. Louter de vaststelling dat hoop in de blauwe zak bij het
huisvuil mag gezet worden. Omdat ook juiste recyclage er eigenlijk niet
meer toe doet. We hebben als mensheid keuzes gemaakt. En als je de weg
ziet die we afgelegd hebben van Altamira tot nu, dan zaten er daar er
paar geniaal goede bij. We hebben er ook desastreuze gemaakt, maar lange
tijd geen die onomkeerbaar waren. Tot we driekwart eeuw geleden moesten
kiezen tussen leven met iets meer luxe maar veel meer vrije tijd en
meer rechtvaardigheid wereldwijd of leven in groteske luxe en even hard
blijven werken en nog meer ongelijkheid wereldwijd. De technologische
vooruitgang had die keuze namelijk mogelijk gemaakt. Tot daar het goede
nieuws. Dat we voluit werden verleid om voor het tweede te kiezen,
blijkt achteraf (maar dat is altijd makkelijk praten) het minder goede
nieuws te zijn. Maar mensen blijven nu eenmaal dieren en niet gemaakt om
achteruit te lopen. Dus wandelen we voort op die ingeslagen weg. En
biedt die op den duur geen vluchtwegen meer, tja, dat is dan brute pech.
En zo zie ik heel veel mensen leven naar het adagium ‘Dat was het
dan’. De geschiedenis van de mens loopt richting einde en we maken er
dan maar gewoon het beste van. Niet erg. Gewoon dat was het dan.
Abonneren op:
Posts (Atom)