Dag zoveel van het nieuwe tijdperk. Dat van de grote inperk. Van anders moeten en anders mogen. Van handen wassen en thuiswerk. Van groeten met de ellebogen.
Nog steeds van u en mij. Alleen even iets minder vrij.
Buiten wuiven de duiven als vanouds, worden nesten gebouwd. Buiten oogt de wereld nog vertrouwd. Maar binnen gaat van alles aan het schuiven. Binnen vier muren rekken de uren zich uit, tikken de minuten ons niet langer op de vingers. Achter gesloten deuren en veilig voor indringers moeten we de dagen anders inkleuren.
Mijn kinderen dragen de dagen. Zonder zeuren, zonder zagen. Doen wat hen wordt opgelegd en nemen afscheid zonder gevecht. Van al wat er wordt geschrapt nu de wereld krampachtig naar een nieuwe adem hapt. Hun hobby's en hun vrienden. Hun optredens waarvoor ze gezwoegd hebben en waarvoor ze applaus verdienden. Hun plannen zijn verbannen voor onbeperkte tijd en vervangen door oefeningen in onzekerheid.
Ze oefenen in geduld. Lachen als de lucht rondom zich met spanning vult en ontladen. Ze blijven ook nu vastberaden. Zichzelf.
Opgesloten in mezelf kijk ik naar hen en ik beken. Zij blijven vrij en tonen mij wat durven leven is. Wen eraan en durf vanuit gemis nieuwe wegen gaan. In mijn oog bungelt een traan waar ik mij niet voor schaam. Ik heb drie schatten en ze dragen mijn naam. En ik hen op handen. Deze dwaze dagen versterken volop de banden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten