maandag 26 oktober 2020

Post voor niemand 11

Eenzaamheid is een hongerig beest dat je zwakheden leest en al wat wankel is opgebouwd erodeert. Het keert de blik naar binnen, naar de dubbele onderkinnen in je gedachten die naar ontkenning smachten maar weten dat het idée-fixen zijn die zich slechts moeizaam laten uitzweten. Onder het gekerm van je zelfmedelijden ontbreekt de tegenstem die wat wankel is stut en je beschermt tegen het eigen grof geschut van zelfverachting. De eeuwige betrachting meer te willen zijn dan wie je bent, miskent je vermogen om ook met weinig talent overeind te blijven.

Eenzaamheid toont je de naakte lijven van mensen wiens geesten elkaar wel kunnen beklijven en de waarheid dat geen mens om jouw aanwezigheid strijdt. Je zoekt weifelend naar woorden die kunnen raken, die verschil kunnen maken tussen leven of de stilte die als herfstkilte tussen je vier muren daalt. Maar je faalt omdat geen enkel van je woorden ooit al liefde bracht. Hooguit brachten ze aandacht en nu en dan een pluim. Een blauwe duim oplichtend in de lege kamer die als een hamer op de nagel van je onvermogen klopt. Tot zelfs ook dat stopt omdat speciaal bij teveel herhaling vervalt tot normaal.

Eenzaamheid is een hongerig beest dat niet wil dat je geneest. Het echoot waarom je alleen bent en dat het eigenlijk je natuurlijke staat van zijn altijd is geweest.

dinsdag 11 augustus 2020

Post voor niemand 10

 Wit licht schijnt weinig subtiel en steriel in de veel te lange gangen van het rusthuis. Wanneer ik een verzorgster kruis, knikt ze goedkeurend alsof elk bezoek is per definitie ook opbeurend. De deuren van de kamers staan open. Ik probeer er zonder binnen te kijken langs te lopen maar faal. Vaal en vreugdeloos zijn de beelden van oude mensen die ooit de weelde kende nog te kunnen wegwandelen uit deze ellende. Ik groet vriendelijk de treurige stoet aan afscheidnemenden en zieken die tussen hun relieken tot stilstand lijken te komen of in het beste geval hun dagen voor het raam verdromen. Wanneer ik tenslotte voor de deur van oma sta, zit in mijn neus de geur van voorgoed voorbij of toch bijna. Het schemert in haar kamer zoals in haar hoofd. Er zit in haar een mist die zomaar herinneringen rooft. Een bordenwisser die als een willekeurige beslisser ongevraagd wegvaagt wat ze eigenlijk niet kan missen. Ze staart door het raam en reageert amper als ik haar koosnaam zeg en een hand op de hare leg. Ze zucht en vlucht verder in naar buiten kijken zonder te zien. Elk bezoek opbeurend? Misschien. Het volle bord voor haar met eten is ze duidelijk vergeten alsof ze niet meer zou weten hoe je daar moet aan beginnen. Ik zoek naar zinnen die een brug kunnen slaan en ga ostentatief voor haar staan. Ze kijkt me even angstig aan maar dan naar een plek achter mij en plots klaart haar gezicht open tot blij. Ze herkent iemand uit een lang verleden die vast ooit onderdeel was van haar gebeden en besluit mij te negeren en alleen de onzichtbare gast nog aandacht te besteden. Ze vraagt aan de mens die ik niet zie hoe het nog gaat met die en die. Ik voel me even volledig verloren, maar om haar niet te storen ga ik zitten en kijk zwijgend naar haar. Wanneer is die god van haar met haar klaar? Plots staat ze recht en reikt mij een arm aan. Zullen we wat wandelen gaan? En noemt dan mijn naam. We schuiven samen de lange gangen op en neer. Dit keer was ze nog niet voor altijd weg. Dit keer kwam ze nog weer.

maandag 10 augustus 2020

Post voor niemand 9

 Het is heet. Heet als bloed. Voor bloed is 36° goed, maar voor lucht te warm. Mama neemt me stevig bij de arm. Het asfalt plakt onder mijn voeten. Ik wil niet stappen maar het is van moeten. We zijn in het land waar de maan altijd op half wil staan. Halfvol of halfleeg in zo’n vraag waarop ik nog nooit een antwoord kreeg. Alsof sommige vragen geen antwoord verdienen of dat mama zich er liever niet wil aan wagen. Asfalt wordt nu zand, een soort strand rond een meer. Het zand doet zeer en brandt. Mama zegt dat ik zeur en noemt me teer. Het klinkt niet als in teerbeminde maar als een teleurstelling dat ik het juiste gedrag maar niet wil vinden. Aan de waterlijn zegt ze dat we er eindelijk zijn.  Ze zucht en gooit een handdoek in de lucht. Als die landt zet ze mij op de rand en kleedt mij uit tot naakt. Ze smeert mij in met iets dat naar kokos ruikt maar naar vieze vis smaakt. Als ze het smeren staakt trekt ze mij een vodje zwembroek en zwembandjes aan. Ze zegt iets van ‘speel maar’ en ‘te ver’. ‘Niet’ heb ik niet verstaan. Als ik het zand van tussen mijn billen klop, glimlacht ze vermoeid en  steekt onnavolgbaar haar haren op. Dan leest ze zich zoek in een boek en laat mij over aan mij. Vrij loop ik weg van haar en het water. Zwemmen is misschien voor later maar eerst wil ik weg van dat kanon. Weg van die beukende zon. Ik zie een meisje met op haar badpak spatten van een te snel gesmolten ijsje. Ook zij lijkt van haar moeder los en samen drentelen we naar het bos. We geven elkaar zweethandjes en doen alsof onze zwembandjes vleugels van libellen zijn. Het zachte mos is zo koel en fijn dat we ons leggen en voordat we slaap wel kunnen zeggen voelen hoe dromen loom in ons naar binnenstromen. Zo verglijdt lange tijd, groeien de schaduwen van de bomen en zakt de zon naar de horizon. Het meisje begint plots te huilen. Ze wil hier niet meer schuilen. Eens uit het bos laat zijn mijn hand los en rent bij mij vandaan. Aan het water zie ik mama staan. Ze roept op hoge toon mijn naam. Wel twintigduizend keer. Haar ogen dwalen over het meer. Ze dacht vast dat ik daar al die tijd te dobberen lag. Ik lach want ze zoekt totaal verkeerd. Ik loop de weg terug, tik haar zachtjes op haar rug en glunder: Heb jij nooit verstoppertje geleerd? Ze huilt. Ze lacht. Ze neemt me in haar armen zo hard dat ze me haast versmacht. Het doet een beetje pijn. Zo heet als bloed. Echt gezond kan dat toch niet zijn.

zaterdag 8 augustus 2020

Post voor niemand 8

 Met een kind op de arm en een ander aan de hand, aanhoort ze de non die eerst nog mild begon maar nu is aanbeland bij het harde verdict: “Voortaan bent u ongeschikt en dit ten gevolge van uw scheiden. Gelieve voortaan deze eerzame Katholieke instelling dan ook te mijden. Wij doen dit niet van harte maar het moet. Het ga u goed.” De moeder verlaat ten gevolge van een veranderde burgerlijke staat voorgoed het ziekenhuis waar ze zich jaren als verpleegster thuis had gewaand maar nu blijkbaar enkel nog de man aan het kruis beschaamt. Buiten slaat haar een herfstregen in het gelaat die haar de tranen schenkt die ze veel te gekrenkt niet huilen kan. Dat was het dan. Niet langer een man, niet langer de job van haar dromen om tijdens de oliecrisis mee rond te komen en twee kinderen die haar kansen verminderen om het te redden. In het kleine huurhuis dekt ze voortaan de bedden strak zoals ze in het hospitaal deed en stopt er na het journaal elke avond met volle magen en frisse pyjama’s de kinderen in. Ze is nog jong en veerkrachtig en haar liefde voor zorgen indachtig zoekt en vindt ze werk op een plaats die als beschut bekend staat. Ze pakt er de zotste dingen en de schoonste mensen in. Ze neemt extra werk mee naar huis, zet extra potten op het fornuis voor zij die gul hun liefde geven maar niet altijd mee mogen met het genormeerde leven. Ze toont haar kinderen hoe je in armoede rijk kan zijn door te delen en hoe je wonden kan helen door ze te aanvaarden. Buiten is het nog lang guur en zuur maar binnen is het elke dag een moedig herbeginnen in de hoop ooit haar plek en wat verloren geluk terug te winnen. Ondanks verbanning door kleinburgerlijke oordelen en de harteloosheid van een non is er vast nog wel ergens een plekje in de zon.

donderdag 6 augustus 2020

Post voor niemand 7

Terwijl God hierboven de oven alvast voorverwarmt op 90 graden Fahrenheit neem ik mijn tijd en de digitale krant uit haar mand. In Beiroet slaan honderdduizenden zich het roet uit de kleren en  ruimen er wat er aan hoop en leven aan diggelen is geslagen nadat een hele wijk de lucht is in gevlogen. Andermans oorlogen slaan hier keer op keer de veerkracht neer. In ons eigen favoriete slagveld aan de Noordzee wachten we ondertussen gedwee op hoe corona en hitte zullen golven en huilen zachtjes met de weergekeerde wolven mee. Dit merkwaardige volk van brave zich schikkers en verdomde vertikkers scheurt lachend de blaadjes van de Druivelaar en telt de dagen die partijbonzen en ego’s nu al vechten om de knikkers. Het virus knabbelt ondertussen de steunpilaren van de economie op, stuurt steeds meer mensen naar de dop en laat bedrijven zichzelf failliet uit het handelsregister schrijven. Maar geen haast, als je inkomen als politieker verzekerd is, kan je gerust lang wachten tot de wind voor jou gunstig blaast. In Polen waar onverholen de vrouwenrechten bij het huisvuil worden gezet zijn de renners weer even aan zet. Te lang opgesloten geweest deed een sprinter er de deur toe voor een ander, ook een Nederlander, zodat die over de dranghekken schoot en een directe dood slechts op een haar na miste terwijl hij een andere man mee richting ziekenhuis griste. Groene wegen hebben er gisteren een zwart randje gekregen. Buiten stijgt de temperatuur nu uur na uur  en smelt de aandacht voor het opwarmend klimaat verder weg. Schaduwen groeien terwijl ik de digitale krant weer in haar mand leg. Een hete herfst is al onderweg.

woensdag 5 augustus 2020

Post voor niemand 6

Een jeugdige schone flankeert mij flanerend door de stad. Misschien had ze het zelf liever anders gehad maar ik geniet van de beperking die corona biedt waardoor ze in mijn bubbel zit geborgen. We delen de morgen en alles wat er onderweg in ons opkomt. Haar haren dansen zonblond over haar rug en bij een brug over het Dijlewater droomt ze hardop over later. Dan wil ze een opa zijn die geniet van zitten op een bank in het park of een oma waaraan kleinkinderen vragen te vertellen over haar dagen toen ze de wereld rondtrok op zoek naar vervullender avonturen dan overleven in tijden van een avondklok. We dwalen langs het plein van pater Damiaan, vullen gretig elkaars weetjes aan en laten onze dierbare herinneringen in deze stad in elkaar overgaan. In de Botanique biedt een kunstenares ons beeldhouwwerkjes aan uit ruwe klei die tot stof zullen vergaan maar met een boodschap bij: Deze beelden zitten vol met bloemenzaad, zodat na verval er altijd weer iets bloeien gaat. We laten het in ons bezinken terwijl we kijken naar de ijver waarmee de vissen in de vijver ons happend om eten en aandacht vragen. Maar wat weten wij nu van wat vissenmagen verteren en beseffen dat hoeveel je ook mag leren het altijd slechts een druppel op een hete plaat zal zijn. Zij vindt besef best fijn. In de verzonken tuin zetten we ons schuin tegenover elkaar en glimlachen dankbaar om de tijd die we hier delen. We genieten van hier toerist te spelen en wie we voor elkaar mogen zijn. Een vader en een dochter niet meer klein. Zij op de leeftijd om nog volop te willen tonen wat ze al allemaal kan. Ik een man die net wil tonen wat hij nog allemaal kan. Twee mensen samen onderweg en daar worden we allebei beter van.

dinsdag 4 augustus 2020

Post voor niemand 5

Het is stil in het rijtjeshuis in de straat die net zo doodlopend is als mijn toekomst hier. Zij die dit thuis noemen zijn uit. Het onkruid voor de deur is gewied en voor het eerst in 20 jaar is dat niet door mijn handen geschied. Alsof ze zat te wachten tot ik het toeliet. De deur is open en de kat niet van huis. Als ik haar kruis doet ze alsof ik een vreemde ben. Een dief van verloren tijd. Van restjes ongebruikte zorgeloosheid. Ik kijk naar de lege plekken op de muur waar wij in kaders hebben gehangen en die gapend wachten tot god weet wie of wat me hier zal vervangen. De sporen van mij zitten enkel nog in de gekaleide muren, in de trap waaraan ik uren heb zitten schuren, in verf die zal afbladeren lang voor ik sterf en in de kinderen die blijven en hier nu aan een verhaal zonder mij schrijven. Ik wandel door de kamers en loop verloren in de kamers van mijn geheugen. Lang voordat we verwerden tot leugen, brak ik koterijen af en duivenkoten, bouwde gewillig aan de dromen die uit haar ontsproten en deed wat ik dacht dat hoorde. Maar dat stoorde vooral tot het barstte. De slagen van de verloren liefde zijn altijd de hardste. 
Moe trek ik deur achter me toe en besef om de hoek dat ik in deze straat nooit meer zal thuiskomen. Hooguit nog op bezoek.