Eenzaamheid is een hongerig beest dat je zwakheden leest en al wat wankel is opgebouwd erodeert. Het keert de blik naar binnen, naar de dubbele onderkinnen in je gedachten die naar ontkenning smachten maar weten dat het idée-fixen zijn die zich slechts moeizaam laten uitzweten. Onder het gekerm van je zelfmedelijden ontbreekt de tegenstem die wat wankel is stut en je beschermt tegen het eigen grof geschut van zelfverachting. De eeuwige betrachting meer te willen zijn dan wie je bent, miskent je vermogen om ook met weinig talent overeind te blijven.
Eenzaamheid toont je de naakte lijven van mensen wiens geesten elkaar wel kunnen beklijven en de waarheid dat geen mens om jouw aanwezigheid strijdt. Je zoekt weifelend naar woorden die kunnen raken, die verschil kunnen maken tussen leven of de stilte die als herfstkilte tussen je vier muren daalt. Maar je faalt omdat geen enkel van je woorden ooit al liefde bracht. Hooguit brachten ze aandacht en nu en dan een pluim. Een blauwe duim oplichtend in de lege kamer die als een hamer op de nagel van je onvermogen klopt. Tot zelfs ook dat stopt omdat speciaal bij teveel herhaling vervalt tot normaal.
Eenzaamheid
is een hongerig beest dat niet wil dat je geneest. Het echoot waarom je alleen bent
en dat het eigenlijk je natuurlijke staat van zijn altijd is geweest.