Op een zonnige zondag in het jaar één van de coronatijdrekening
en van mijn eigen verbleking van modaal geluk schuif ik mijn schaduw achterna
door de stad die een extra diepe zomerslaap houdt. Alsof ze samen met mij rouwt
om het verlies van alles wat we als te evident hadden beschouwd. Ik word
nergens verwacht, hoef nergens heen. Mijn redenen tot bewegen zijn louter ontsnappen
aan het opgelegd alleen. Mijn voeten besluiten
dat we maar eens afwijken moeten van vertrouwde paden waarlangs ik mezelf al te
vaak heb verraden en leiden me een hoekje om waar ik gebruikelijk niet
kom. De straat oogt dorps en desolaat.
Vergeten zoals die ene van Louis Paul Boon tussen straten die wel weten wat ze
daar liggen te doen. De huizen met groen voor de deuren en krijt op de
plavuizen zijn beschilderd met retrokleuren en geven deze straat een speels en
onschuldig gelaat. Terwijl ik nog sta te dromen hoe fijn het moet zijn om hier
thuis te komen, gaat mijn geheugen met mij aan de haal en beweert in haar eigen
codetaal dat dit is waarvan ik beweerde dat het niet meer bestond. De straat
waar ik tot mijn zes had gewoond en van dacht dat ze door tijd en bouwpromotoren
was weggegomd. Ik zet me op de stoep en roep op wat die jaren in mij hadden gekrast.
Beeld na beeld neem ik een stukje kindertijd vast en zoek uit hoe mijn leven ooit
in deze straat heeft gepast. Ik zie moeder pas gescheiden verschillende
maaltijden bereiden als antwoord op onze kieskeurigheid. Ik zie haar de was
ophangen in een langgerekte tuin met haar lange haren akachoubruin wiegend in
de wind en aan elke broekspijp een jengelend kind. Ik zie de wc-deur op de koer
met een hartje in, een boxerhond en een man met lange manen en een baard voor
een nieuw begin. Ik zie mijn broer zijn hoofd in een wasmand leegbloeden, ik
zie mezelf als peuter die nog niet kon bevroeden dat we nog in veel straten
zouden wonen maar nooit helemaal de goede. Ik zie mezelf gelukkig met rode
gummilaarzen en een bal. Die ik nu in gedachten doorheen de Ernest Solvaystraat
knal. Ik wandel anders uit die straat uit een andere tijd. Veel is verloren.
Maar ook veel kostbaar raak ik voor het leven niet meer kwijt.
zondag 2 augustus 2020
Post voor niemand 4
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten