woensdag 9 oktober 2019

Mijmeringen


Het regent nu al dagen. Maakt het gemoed zompig en de takken druilerig. Het regent nu al dagen klachten. Over een nieuwe regering die kil en koud zou zijn. Angry birds die vrij spel hebben gekregen. Niet dat er een verband is, maar toch is het moeilijk om geen nattigheid te voelen. De regen valt en her en der worden al paraplu’s opengetrokken. Er is alweer voldoende grondwater voorradig om de handen in onschuld te kunnen wassen. Dus kruipen we binnen en spelen node spelletjes. In gezelschap. In het achterkamertje. Waar het denken vanzelf klein is en vrij van horizon. Waar geen nieuw gezelschap binnen kan. Het is er al zo krap. En als de deur opengaat, trekt het. Trekt het aan. Krijg je frisse wind die de mottenballen uit onze cultuur ranselt. Die doet huiveren.
Dan liever grijs en voldaan in eigen nat. Deze herfst zou wel eens een legislatuur lang kunnen duren. En dan de winter?

Niet dat hij oude koeien uit de gracht wil halen, maar het kalf is verdronken. Dat zegt Jonathan Franzen. Over de klimaatopwarming. Catastrofe is wat wacht. De man is geen wetenschapper. Hij is auteur van romans die ertoe doen. Hij weet wat zijn bijdrage kan zijn, hoe de mens handelt en wandelt. Weg van de last, richting lust. Richting laat mij met rust. Enkel als de mens de mens niet was, was er nog hoop. Maar dan was die hoop miserie er ook niet geweest. Zo draaien we dus in cirkels en misschien is dat op een rondtollend stuk rots ook het enige wat we kunnen doen. Netjes rond de zon. Bron van leven en op een dag overdreven. Müss es sein? Es müss sein. Dus schermen we ons af met schermen die bedwelmen en met de juiste filter over- en onderbelichten we tot het ons past. Gerustgesteld of gemotiveerd om de dagen te blijven aanbreken en te blijven gaan. Op het voor ons ingeslagen pad en kruimels strooiend in de hoop ooit de weg terug te vinden. En zolang er nog vogels zijn, zullen zij die dan netjes opeten. Zo is het altijd geweest en zo zal het altijd zijn. Dat is natuurlijk niet waar. Maar het troost. Oude koeien die we zijn.

Soms breek ik mijn hoofd over brekend licht. Hoe het wit valt op een zomerblad en daarna gebroken en groen op mijn netvlies belandt. Of hoe in de herfst datzelfde blad wit breekt tot geel, bruin of net helrood. Nog één keer magistraal breken en dan dood. In de jaren tachtig lagen er na regenbuien in het oranje lantaarnlicht vaak regenbogen te glimmen op het asfalt. Olie. Vuile troost in zeer mistroostige jaren.  VTM kleurde namelijk nog geen dagen.  De zon bleef veelvuldig steken in mistbanken en smog en zomerherinneringen vervaalde gauw tot polaroidmelancholie. In tijden van koude oorlog trilde het licht trager en brak de mens ergens in de schaduw van het bestaan.  Bescheiden. In de luwte van het licht. Misschien is dat waan. Hebben de kleuren van toen gewoon hun schittering verloren door de tijd die nu eenmaal alles aantast. Of door de dood die lange schaduwen werpt.  Ofwel ontbrak het me toen aan de durf om te breken in een gebroken gezin. Was kleur een luxe die ik mij eigenlijk niet kon permitteren. Zwart zijn om geen kleur te hoeven bekennen. Veel kleuren zijn toen voorgoed verdroogd. Misschien daarom dat ik nu nog altijd zo makkelijk kan breken als iemand zonlicht zonder schroom durft weerkaatsen. Of iets. Een blad. Helrood. Breken om te kunnen stralen. Leven.



Koppig en naïef. Een oude man vatte mij ooit in die twee woorden. Toen was ik beledigd, nu niet meer. Waarschijnlijk had de man gewoon gelijk, maar was ik te koppig om dat toe te geven. Te naïef om in te zien dat de mens ook maar een dier is dat voor zijn eigen nest vecht en daarvoor desnoods de eieren uit andermans nest kegelt. Ondertussen ben ik ouder maar niet wijzer. Tot mijn vreugde en verdriet zie ik de koppigen en naïeven enkel toenemen. Als laatste alternatief tegen beter weten in. Want naïef zijn betekent niet dat je dom bent. Naïef zijn betekent voor mij vaak dat je gelijk hebt, maar dat je het niet zal krijgen. Omdat het niet past in een economische logica, in een machtslogica die niet maalt om morele waarden waarmee de mens zo graag schermt om zijn superioriteit op deze planeet te bewijzen. Naïef zijn is geloven dat we ook kunnen kiezen om te leven naar het beeld dat we hebben over goed en kwaad. Dat we als mens krachtig en koppig genoeg zijn om het juiste te doen om het hier op aarde voor iedereen tot een fijne plek te maken. Dat we krachtig en koppig genoeg zijn om ons korte-termijnegoïsme te doen zwijgen. De geschiedenis bewijst helaas ten overvloede dat het naïef is om zoiets te geloven.  Maar kijk vanavond eens naar het journaal en tel de naïevelingen en de koppigen. Ze zijn met velen. En ik blijf fier één van hen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten