woensdag 14 augustus 2019

Brieven aan K

De stilte was Normandisch. Vol houten balken die schots en scheef zuchtten in hun huizen. Vergane glorie die als schimmen door kleine straatjes flaneert en ons een spiegel voorhoudt. We hollen maar. De ondergaande zon achterna in de ijdele hoop ze te kunnen vangen in plaats van ons neer te vlijen en te genieten van hoe mooi ze ondergaat. De zeewind vertelde er verhalen van ver achter de einder en de witte kusten stonden trots en naakt ter verweren. Het was er makkelijk zoeken naar de verloren tijd. Het zomerlicht schilderde haar palet leeg op de zee en de keistranden. Likte aan de zeilboten en het schaamteloos ontblootte vlees. Tot het gevangen werd op het canvas van lokale impressionisten. Normandiƫ heeft met grove penseelstreken trage troost geboden tegen de vuile overvolheid van hier. Troost die gauw weer verpletterd zal worden door de vuilnis van keuzes die uit kortzichtige hebzucht dit tochtgat aan de Noordzee heeft verkruimeld tot een karakterloze puist. Alleen de wolken die erboven drijven verbinden me nog met de schoonheid die in Normandiƫ de regel is. Niet de uitzondering.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten